Met de BeterDichtbij app heeft u veilig digitaal contact met uw zorgverlener via berichten of beeldbellen (videoconsult). Bijvoorbeeld voor het uitwisselen van vragen en antwoorden en het delen van foto’s en onderzoeksuitslagen.
Antistollingsmedicijnen
In het kort
Antistollingsmedicijnen

Uw arts heeft u antistollingsmedicijnen voorgeschreven. Dit zijn medicijnen die de stolling van het bloed verminderen of vertragen. Ze worden ook wel bloedverdunners genoemd. Deze naam klopt eigenlijk niet. Het bloed wordt niet dunner, maar het stolt minder snel. Hier krijgt u meer informatie over antistollingsmedicijnen.
Wanneer krijgt u antistollingsmedicijnen?

Artsen schrijven deze medicijnen voor bij:
-
Bij de hartritmestoornis boezemfibrilleren;
-
Bij een trombosebeen of longembolie;
-
Na een hart- of herseninfarct;
-
Bij een kunsthartklep of een biologische hartklep;
-
Bij vaatproblemen, zoals etalagebenen of het verstoppen van slagaders.
Wat zijn antistollingsmedicijnen?
Wat zijn antistollingsmedicijnen?
Antistollingsmedicijnen
Wat is een beroerte of longembolie?
Als een stolsel losschiet, kan dat een beroerte of een longembolie veroorzaken.
-
Bij een beroerte is een bloedvat in de hersenen afgesloten. Hierdoor werkt een deel van uw hersencellen opeens niet meer.
-
Bij een longembolie zit er een bloedpropje in een bloedvat in de longen. Hierdoor kan het bloed er niet goed doorheen stromen. Een stukje van de longen krijgt dan geen bloed meer en werkt niet meer goed.
Soorten antistollingsmedicijnen
Soorten antistollingsmedicijnen
Er zijn vier soorten antistollingsmedicijnen. Uw arts bepaalt welk medicijn u krijgt.
Bloedplaatjesremmers
Bloedplaatjesremmers remmen de werking van bloedplaatjes. Bloedplaatjes zorgen ervoor dat uw bloed een wond kan afsluiten. Bloedplaatjesremmers worden voorgeschreven in tablet- of poedervorm.
Een arts schrijft bloedplaatjesremmers voor als mensen een hart- of herseninfarct hebben gehad of bij etalagebenen. Bij etalagebenen stroomt er minder bloed door de benen door vernauwde bloedvaten.
Vitamine K-remmers (VKA’s)
Vitamine K-remmers remmen de werking van vitamine K. Vitamine K speelt een belangrijke rol bij onze bloedstolling. Vitamine K-remmers worden ook wel vitamine K-antagonisten of cumarines genoemd.
Vitamine K-remmers worden voorgeschreven:
-
na een trombosebeen;
-
na het krijgen van een kunst-hartklep;
-
bij een longembolie;
-
bij boezemfibrilleren.
DOAC’s
DOAC staat voor Direct werkende Orale Anticoagulantia. DOAC’s zijn medicijnen in tabletvorm die een specifieke stap in uw bloedstolling remmen. Daardoor neemt uw kans op trombose af.
DOAC’s worden voorgeschreven bij:
-
Behandeling bij trombosebeen of longembolie;
-
Het voorkomen van trombose bij knie- en heupoperaties;
-
Het voorkomen van beroerte bij boezemfibrilleren.
Injecties (LMWH’s)
In sommige gevallen wordt het antistollingsmedicijn toegediend met een injectie. In de injectie zit het medicijn Laag Moleculairgewicht Heparine (LMWH). Dit middel kunt u zelf met een injectie in de huid van uw buik toedienen. Eventueel kan een naaste u hierbij helpen. Deze spuitjes krijgt u vaak voor een korte tijd.
U krijgt dit medicijn:
-
na een heup- of knieoperatie;
-
tijdens een periode waarin u niet veel kunt bewegen en veel op bed moet liggen;
-
als u zwanger bent en trombose heeft;
-
als u zwanger bent en een verhoogde kans heeft op het krijgen van trombose;
-
in sommige situaties wanneer u begint met een vitamine K-remmer;
-
in sommige situaties als u voor een operatie tijdelijk moet stoppen met antistollingsmedicijnen.
Trombosedienst
Trombosedienst Apeldoorn - Zutphen
U bent aangemeld bij de Trombosedienst door uw zorgverlener. Uw zorgverlener geeft u informatie over de Trombosedienst. Bij de eerste controle door de Trombosedienst krijgt u extra uitleg. Een medewerker van de Trombosedienst belt u. Samen bespreken jullie waar u op moet letten bij het gebruik van uw medicijnen.
Inzage in uw digitale dossier
U kunt via internet samen met de Trombosedienst uw eigen dossier bekijken. Dit kunt u altijd en overal doen. In uw dossier vindt u uw kalender. U kunt ook berichten sturen naar de Trombosedienst. Meet u zelf uw bloed? Dan kunt u uw meetresultaten en de hoeveelheid medicijnen die u moet nemen invullen.
Afspraak maken bloedafname op een prikpost
U maakt een afspraak voor het controleren van uw bloed via de website van Gelre ziekenhuizen. Daar kiest u een prikpost en een tijd die voor u past.
Huisbezoek

Wij vragen u om voor controle zoveel mogelijk naar een prikpost te gaan. Kunt u om medische redenen niet naar een prikpost komen? Dan kan uw zorgverlener een huisbezoek aanvragen. Als er een huisbezoek is afgesproken, komt onze medewerker bij u langs tussen 08.00 en 15.30 uur.
Bent u op die dag niet thuis? Laat dit dan zo snel mogelijk telefonisch weten aan de Trombosedienst.
Trombosepas

De Trombosedienst controleert uw INR met een vingerprik. Als nieuwe patiënt krijgt u thuis een Trombosepas. Neem deze pas altijd mee naar de prikpost. Blijft u thuis voor controle? Zorg dan dat u de pas klaar heeft liggen.
Bent u uw pas kwijt? Geef dit dan door aan de Trombosedienst. U krijgt zo snel mogelijk een nieuwe pas.
Zelf meten

De Trombosedienst biedt ook de mogelijkheid om zelf uw bloed te meten met een vingerprik. U kunt dan ook zelf bepalen hoeveel medicijnen u moet nemen. Wilt u dit? Dan kunt u zich aanmelden bij de Trombosedienst.
Leefregels
Leefregels
Gebruik antistollingsmedicijnen

Het is belangrijk dat u de antistollingsmedicijnen altijd gebruikt zoals deze zijn voorgeschreven.
Medische behandelingen

Vertel altijd dat u antistollingsmedicijnen gebruikt als u een (tandarts)behandeling krijgt. Soms moet u tijdelijk stoppen met deze medicijnen om een bloeding te voorkomen.
Andere medicijnen en geneesmiddelen

Sommige medicijnen hebben invloed op uw antistollingsmedicijnen. Ze kunnen de werking sterker maken of juist minder goed laten werken. Daarom is het belangrijk dat u altijd aan uw apotheker of de Trombosedienst vertelt welke medicijnen u gebruikt.
Dit geldt ook voor medicijnen die u zelf koopt bij de drogist. Denk bijvoorbeeld aan kruidenmiddelen, zoals Sint-janskruid. Gebruik deze alleen als u zeker weet dat het samen met uw antistollingsmedicijnen veilig is.
Geef het ook door als u stopt met een medicijn.
Vaccinaties en andere injecties in een spier

Als u antistollingsmedicijnen gebruikt, kunnen injecties in de spier het beste worden vermeden. Vertel daarom altijd dat u deze medicijnen gebruikt als u een vaccinatie of andere injectie krijgt. Als de injectie niet op een andere manier kan worden gegeven, kunt u dit bespreken met de Trombosedienst.
Deze regels gelden niet voor de griepprik.
Opname in het ziekenhuis of verpleeghuis
Gaat u naar huis vanuit het ziekenhuis of gaat u naar een verpleeghuis? Wees goed op de hoogte van wijzigingen in uw medicijnen en waarom deze veranderd zijn. Vertel uw arts of verpleegkundige ook altijd dat u antistollingsmedicijnen gebruikt als u weer naar huis mag.
Sporten
Sporten of bewegen is goed voor uw gezondheid. Het verlaagt de kans op trombose en is ook goed voor uw algehele gezondheid. Houd rekening met de volgende adviezen en leefregels:
-
Doe voorzichtig bij sporten waar meer kans is dat u een ongeluk of een wond krijgt. Denk hierbij aan contactsporten of een sport als wielrennen.
-
Snorkelen en diepzeeduiken: Snorkelen kunt u gewoon doen. Als u wilt diepzeeduiken moet u onderzocht worden door een arts die veel weet over diepzeeduiken (een duikerarts). De arts vertelt of u diepzeeduiken mag. Op vijf meter diepte heeft u meer risico op oog- en oorbloedingen.
-
Bergbeklimmen: U kunt beter niet langdurig op grote hoogte in de bergen verblijven (hoger dan 2500 meter). De kans op een bloeding of een bloedprop is dan hoger.
Drink niet te veel alcohol

Door alcohol duurt het langer voordat uw bloed stolt. Samen met de bloedverdunner duurt het nog langer. U kunt dus beter niet te veel alcohol drinken. Drink maximaal 1 glas alcohol per dag en niet iedere dag.
Vakantie
Zorg er altijd voor dat u genoeg medicijnen bij u heeft voor uw hele reis. Neem een actuele medicijnlijst mee. Deze kunt u bij de apotheek of de Trombosedienst krijgen. Mocht er iets gebeuren op vakantie, vertel de zorgverleners dat u antistollingsmedicijnen gebruikt en laat de medicijnlijst zien.
Risico's en bijwerkingen
Mogelijke risico's en bijwerkingen
Risico’s en bijwerkingen

Antistollingsmedicijnen zorgen ervoor dat uw bloed minder snel stolt. Hierdoor neemt de kans op een trombose af. De tragere bloedstolling zorgt er ook voor dat u makkelijker bloedt. Daarom kunt u last hebben van deze bijwerkingen:
-
Wondjes die langer blijven bloeden;
-
Blauwe plekken die langer blijven dan u gewend bent;
-
U kunt sneller last krijgen van een bloeding in uw oogwit, een bloedneus of een darmbloeding.
Wanneer moet ik contact opnemen?

Als u antistollingsmiddelen gebruikt, dan bloedt u sneller, langer en heviger. Dit hoort bij de behandeling. Maar er zijn wel situaties waar u direct contact met uw arts of uw trombosedienst op moet nemen, zoals wanneer:
-
Uw urine rood van kleur of uw ontlasting zwart is;
-
U last heeft van uitvalsverschijnselen, zoals een onbeweegbare arm of verstoorde spraak;
-
U opeens hevige pijn heeft, bijvoorbeeld in uw buik;
-
U een erg grote blauwe plek (groter dan een bierviltje) of plotseling meer dan vijf blauwe plekken heeft;
-
U langer dan een half uur een bloedneus of een bloeding heeft;
-
U bloed ophoest of overgeeft.
Veelgestelde vragen
Veelgestelde vragen
Wat moet ik doen als ik vergeten ben mijn antistollingsmedicijnen in te nemen?
Bent u vergeten uw medicijnen in te nemen? Overleg dan met de trombosedienst of apotheker wat u moet doen.
Mag ik pijnstillers gebruiken als ik bloedverdunners gebruik?

Wees voorzichtig met pijnstillers zoals ibuprofen, naproxen, diclofenac of acetylsalicylzuur (aspirines). Dit zijn NSAID’s of ontstekingsremmers. Deze medicijnen maken de kans groter dat u een bloeding in uw maag en darmen krijgt. Gebruik deze daarom alleen na overleg met uw arts of apotheek. Gebruik bij voorkeur paracetamol als pijnstiller.

Wat moet ik doen als ik naar de tandarts of mondhygiënist ga?
Vertel de tandarts of mondhygiënist van tevoren dat u antistollingsmedicijnen gebruikt.
Wanneer moet ik contact opnemen met de Trombosedienst?

Om zoveel mogelijk schommelingen in uw INR te voorkomen is het belangrijk dat u de Trombosedienst tijdig informeert als u:
-
Per ongeluk te veel of te weinig tabletten heeft gebruikt;
-
Een oude doseringskalender heeft gevolgd;
-
Van uw huisarts of andere zorgverlener een paar dagen een andere dosering moet aanhouden of vitamine K heeft gekregen;
-
Start of stopt met andere geneesmiddelen, ook medicatie die u zelf aanschaft;
-
Meer dan 38,5 graden koorts heeft;
-
Binnen een kwartier na inname heeft overgegeven of ernstige diarree heeft;
-
Als u een bloeding heeft.
Vragen?
Vragen?

Heeft u nog vragen?
Neem dan contact op met de Trombosedienst.