Met de BeterDichtbij app heeft u veilig digitaal contact met uw zorgverlener via berichten of beeldbellen (videoconsult). Bijvoorbeeld voor het uitwisselen van vragen en antwoorden en het delen van foto’s en onderzoeksuitslagen.
Behandeling van pijn bij oncologie
In het kort
Deze divi is bestemd voor patiënten die pijn hebben als gevolg van kanker. Ook voor familieleden kan het zinvol zijn om dit te lezen. Hierin vindt u informatie over de behandeling van pijn bij kanker met medicijnen.
Pijnbehandeling bij oncologie
Pijn bij kanker is tegenwoordig vaak goed te behandelen. Als duidelijk is waar de pijn vandaan komt, kan deze meestal worden verminderd tot een draaglijk niveau.
Niet iedereen met kanker heeft pijn. In het begin van de ziekte heeft ongeveer 3 van de 10 mensen pijn. In een latere fase is dit 6 tot 8 van de 10 mensen.
In het begin is de behandeling vooral gericht op het behandelen van de kanker zelf. Ongeveer de helft van de mensen geneest. De pijn wordt dan vaak minder of verdwijnt. In een latere fase van kanker, bijvoorbeeld bij uitzaaiingen of bij tumorgroei, zijn er vaak nog behandelingen die de ziekte remmen. Deze behandelingen kunnen ook helpen om de pijn te verminderen.
Oorzaken van pijn
Oorzaken van pijn
Oorzaken van pijn bij kanker
De pijn kan veroorzaakt worden door:
-
Directe doorgroei van de tumor in de huid, zenuwweefsel of weke delen.
-
Indirecte gevolgen van de ziekte. Bijvoorbeeld botbreuken, zweren, infecties, verstopping van holle organen (koliekpijn), verstopping van bloedvaten en een verhoogde hersendruk.
-
De behandeling van kanker. Bijvoorbeeld littekenpijn, fantoompijn (pijn door een amputatie), verbindweefseling door bestraling en zenuwgeleidingsstoornissen door chemotherapie.
-
Andere aandoeningen dan kanker.
Behandeling
Behandeling
Pijnmedicatie

De meeste patiënten met kanker die pijn hebben, kunnen met medicijnen worden behandeld. Let hierbij op een aantal belangrijke punten:
-
Wacht niet met het innemen van pijnstilling tot de pijn onhoudbaar is. U moet proberen de pijn voor te zijn.
-
Neem een pijnstiller zo regelmatig mogelijk in. Op die manier kunt u de terugkeer van pijn voorkomen.
-
Bij krachtige pijnstillers (morfineachtige middelen) hoeft u bij pijn door kanker niet bang te zijn voor verslaving of problemen met de ademhaling. Er is dus geen reden om terughoudend te zijn met pijnstillers.
-
Het is niet zo dat pijnstillers later niet meer werken als u ze al vroeg in de ziekte gebruikt.
Uw lichaam kan wel een beetje wennen aan de medicijnen. Soms is dan een hogere dosis nodig. In de meeste gevallen blijven de pijnstillers goed werken.
Behandeling
Pijnstillers worden toegediend volgens de zogenaamde pijnladder. Hierbij worden stapsgewijs middelen gegeven met een sterkere pijnstillende werking. De stappen van de pijnladder worden één voor één met u besproken.
Stap 1: Paracetamol en ontstekingsremmende pijnstillers

Paracetamol en ontstekingsremmende pijnstillers (NSAID’s) worden vaak gebruikt bij lichte tot matige pijn. Bekende NSAID’s zijn naproxen, Voltaren (diclofenac), ibuprofen, aspirine en Indocid (indometacine). Ze helpen niet alleen tegen pijn, maar remmen ook ontstekingen en koorts.
De bijwerkingen kunnen maagklachten, nierproblemen en verstoringen in de bloedstolling zijn. Maagklachten zijn meestal mild, maar kunnen in zeldzame gevallen leiden tot maagbloedingen of zweren. Nierproblemen komen vooral voor bij combinatie met andere medicijnen. Bij gebruik van bloedverdunners kunnen er stollingsproblemen optreden.
Er zijn nieuwe NSAID’s die minder maagklachten en stollingsproblemen geven. Paracetamol heeft geen ontstekingsremmende werking, maar heeft wel minder bijwerkingen.
Stap 2: Morfineachtige middelen
Morfineachtige middelen, soms gecombineerd met andere pijnstillers uit stap 1, worden gebruikt bij pijn, vooral bij kanker. Er zijn veel vooroordelen over morfine, zoals dat het gevaarlijk is. Maar als je de juiste regels volgt, is dat niet het geval.
Vroeger werd vaak te lang gewacht met het gebruiken van morfine, maar morfine kan veilig in hoge doses worden gebruikt, ook voor langere tijd, bij mensen met pijn door kanker. De dosering kan samen met de arts worden aangepast en kan in kleine stapjes verhoogd worden. Er is geen vast maximum voor de dosis.
De belangrijkste bijwerkingen van morfine zijn:
-
Verstopping (bijna altijd, vooral bij hogere doses, daarom krijgt u een laxeermiddel)
-
Misselijkheid (dit wordt zo nodig behandeld)
-
Slaperigheid (dit verschilt per persoon, maar kan ook behandeld worden)
Ademhalingsproblemen komen alleen voor bij een plotselinge verhoging van de dosis, vooral bij mensen die morfine nog nooit eerder hebben gebruikt.
Als morfine plotseling gestopt wordt, kunnen er ontwenningsverschijnselen optreden, zoals een snelle hartslag of zweten. Soms kan morfine gestopt worden als de pijn minder wordt door andere behandelingen of door een zenuwblokkade. In dat geval helpt de arts om het gebruik van morfine rustig af te bouwen.
Voor korte, hevige pijn zijn kortwerkende middelen vaak beter dan langwerkende morfinepreparaten.

Aanvullende medicijnen
Soms zijn er aanvullende medicijnen nodig bij bijzondere soorten pijn. Bij bijvoorbeeld zenuwpijn werken normale pijnstillers soms niet genoeg. In dat geval worden medicijnen voor depressiviteit of epilepsie gebruikt.
Stap 3: Invasieve pijnbestrijding
Invasieve pijnbestrijding betekent dat artsen speciale technieken gebruiken om pijn te behandelen. Bijvoorbeeld behandelingen van zenuwen of het plaatsen van een katheter. Via deze katheter kan een pomp pijnstillers geven voor langere tijd.
Deze technieken werken vaak beter dan gewone medicijnen. Ze worden alleen gebruikt als medicijnen niet genoeg helpen, als de pijn te erg is, of als de bijwerkingen van de medicijnen te zwaar zijn.
Over deze speciale behandelingen kunt u aparte informatie krijgen.
Vragen?
Vragen?

Heeft u nog vragen?
Neem dan contact op met de polikliniek Pijnbestrijding.